Feeds:
Posts
Comments

Posts Tagged ‘delvoie’

Wist de eerste magistraat van België -Ghislain Londers- wat hij deed toen hij de cassatienota schreef die uiteindelijk de regering Leterme-I ten val dreef?

Wat alleszins niet ontkend kan worden, is dat Londers wist dat de lange nota van 19 december 2008 ruime aandacht zou genieten in pers en media.

Die aandacht kreeg hij immers reeds vanaf 17 december tijdens de persconferentie die hij samen met de eerste voorzitter van het Brusselse Hof van Beroep Delvoie oganiseerde. Ook op 18 december 2008, toen hij zijn eerste brief naar de kamervoorzitter stuurde, kreeg Londers die aandacht.

Er was dus geen enkele reden om te vermoeden dat de media-aandacht nadien zou afzwakken. Integendeel: door de suspens die Londers door zijn aankondigende brief van 18 december 2008 veroorzaakte was het evident dat de cassatienota aan het parlement daags nadien als een bom zou inslaan.

Dat de nota grote ruchtbaarheid zou krijgen had Londers overigens zelf door: de vermelding ‘persoonlijk-vertrouwelijk’, nog aanwezig bovenaan de brief van 18 december 2008, nam hij niet meer op in de nota van 19 december 2008.

Londers verklaarde voor de parlementaire commissie: “mijn nota is een element geworden in een politiek machtspel. Ik was de controle van de inhoud van mijn brief kwijt. Men zou kunnen zeggen: ik ben naïef. Wel, j’assume cette naïveté, Ik stel me kwetsbaar op. Gedurende 30 jaren heb ik die onbevangenheid bewaard. Ik aanvaard in geen geval dat de val van de regering in mijn schoenen wordt geschoven. Dit is te kort door de bocht. Ik wil het politieke terrein niet betreden”.

Zelfs de pers en media merkten ironisch op dat de naïviteit van Londers wel erg ver ging : “[m]ais fallait-il être naïf pour s’imaginer que sa lettre n’allait pas circuler? Elle circule, la ‘bombrief’. Et le gouvernement tombe. Il n’a pas voulu ça, Ghislain. ‘Il est honnête, ingénu et maladroit’, dit-on de lui. Pour s’aventurer dans les hautes eaux politiques, il aurait fallu un pilote plus doué pour la manoeuvre.” (Le Vif L’Express, 13-19/2/09).

Hoe geloven dat een brief gericht aan het representatief orgaan van gans de Belgische natie geen politieke handeling zou uitmaken? Kan dit louter worden afgedaan als naïef?

En wat had Londers dan voor ogen toen hij in de begeleidende brief (die hij voorlas voor de parlementaire commissie) bij de cassatienota schreef dat hij zich “bewust was van het belang van de zaak en de mogelijke gevolgen”?

Naast een politieke handeling (Professor Vuye in DM, 5/3/09) maakte de cassatienota van 19 december 2008 ook een juridisch oordeel uit.

Londers schreef immers dat Schurmans “het geheim van het beraad klaarblijkelijk had geschonden, feit dat strafbaar is gesteld overeenkomstig artikel 458 van het Strafwetboek.”

Dit is duidelijk een ‘juridisch oordeel’.

Dat de hoogste magistraat in de cassatienota schreef dat dit besluit niet op een juridisch bewijs steunde relativeerde hij immers voor de parlementaire commissie. Hij getuigde dan letterlijk: “Wanneer ik heb gezegd dat ik geen juridisch bewijs had, zijn er voldoende juristen in de zaal om te weten dat een samenloop van vermoedens juridisch ook een bewijs kan zijn. Un faisceau de présomptions concordantes. Dat volstaat ook in rechte om een bewijs te zijn.”

Sinds wanneer velt een rechter publiekelijk een juridisch oordeel buiten de zittingszaal, en dat middels een nota (waartegen van nature geen beroep mogelijk is) gericht aan het parlement?

Advertisements

Read Full Post »