Feeds:
Posts
Comments

Posts Tagged ‘Hoge Raad voor de Justitie’

1. “Onvolledig verslag”

De Hoge Raad voor de Justitie (“de Hoge Raad”) heeft onlangs zijn verslag uitgebracht over Fortisgate (bekijk het verslag onder de rubriek Public Documents).

Na één jaar dralen vond de Hoge Raad het toch “noodzakelijk om, zonder de uitkomst van de lopende strafrechtelijke en tuchtrechtelijke onderzoeken af te wachten, alvast een verslag uit te brengen over het bijzonder onderzoek naar de zaak-Fortis”. De Hoge Raad erkent expliciet dat het verslag hierdoor “onvolledig” is.

De Hoge Raad mag dan wel stellen dat hij zich “niet [mag] bemoeien met de gerechtelijke behandeling van een lopend dossier” en “rekening [dient] te houden met de lopende gerechtelijke, strafrechtelijke, en tuchtrechtelijke procedures” omdat hij ”niet voorbij [kan] aan de rechtspraak van het Europees Hof voor de rechten van de mens, die luidt dat het recht op het vermoeden van onschuld […] wordt geschonden wanneer een ‘publieke overheid’ een persoon die van een strafrechtelijke inbreuk wordt beschuldigd, voor die inbreuk schuldig verklaart nog voor de rechtbank die daartoe bevoegd is, over die persoon heeft geoordeeld.

Toch is dit exact wat de Hoge Raad doet: zich bemoeien met lopende zaken, hierbij soms contradictoire standpunten innemen over bepaalde magistraten en zodoende het recht op een eerlijk proces van de betrokkenen op de helling plaatsen. We tonen dit aan met een drietal voorbeelden: de éne magistraat zou –volgens de Hoge Raad– onprofessioneel hebben gehandeld, diezelfde en andere magistraten zouden zich hebben bezondigd aan maatregelen van een “ongeoorloofd karakter” (i); een andere magistraat zou zich niet hebben willen neerleggen bij een beraad dat geldig zou zijn verlopen, en het Openbaar Ministerie zou zich hebben willen moeien met de inhoud van het beraad (ii).

2. “Delvoie, Blondeel en Salmon gingen in de fout”

Het verslag bevat een duidelijke sneer naar de voormalige voorzitter van het Hof van Beroep van Brussel, Guy Delvoie. Delvoie is de persoon die beheerst “tweemaal tot honderd heeft moeten tellen” om zijn kalmte te bewaren toen de Procureur-generaal hem (op de dag dat het Fortisarrest werd uitgesproken) had voorgesteld om de samenstelling van de achttiende kamer te wijzigen. Hij had dit voorstel immers als “druk gepercipieerd” (zie verslag parl. comm., onder de rubriek Public Documents). Ondanks deze beheerste reactie (in moeilijke omstandigheden) wordt Delvoie door de Hoge Raad nu verweten “weinig blijk [te] hebben gegeven van het nodige professionalisme en stressbestendigheid om een bijzonder gewichtige en delicate zaak als deze tot een goed einde te brengen”. Dit ongenuanceerd standpunt terwijl er over zijn professionele capaciteiten als korpschef thans tuchtprocedures hangende zijn. Waarom spreekt de Hoge Raad zich zo uit over Delvoie?

In de strafprocedure die hangende is tegen Delvoie, maar ook tegen de Fortisrechters Blondeel en Salmon, wordt tevens onderzocht of deze magistraten een vierde magistraat –Schurmans– zouden hebben belaagd. Volgens het verslag van de parlementaire commissie zou deze aantijging o.a. steunen op de inschakeling van politiediensten de dag van de uitspraak van het arrest. De Hoge Raad neemt over dit initiatief nu reeds standpunt in: “nadat een magistraat zich ziek had gemeld (gestaafd door een medisch attest), werden meerdere stappen ondernomen, met inbegrip van het inschakelen van de lokale politie om de zieke raadsheer te kunnen contacteren […] Dergelijke handelswijze hield risico’s in. Bij afwezigheid aan een specifiek sociaal statuut voor de magistraten bestaat twijfel over het geoorloofd karakter van deze maatregelen. Waarom neemt de Hoge Raad op dit punt duidelijk standpunt in tegen Delvoie, Blondeel en Salmon?

3. “Schurmans en het Openbaar Ministerie gingen in de fout”

Tenslotte gaat het verslag subtiel uit van bepaalde ongeverifieerde premissen. Hierdoor neemt de Hoge Raad in een individuele zaak opnieuw standpunt in. De Hoge Raad bevestigt immers een welgekend vooroordeel en bestendigt  op die manier de “karaktermoord” op raadsheer Schurmans (DT, 23/12/09). Welk vooroordeel? Dat het beraad in de zaak-Fortis niet werd aangetast door onregelmatigheden, en dus geldig was. Welke karaktermoord? De bewering dat de “interne moeilijkheden van de zetel” waren gebaseerd op “relationele moeilijkheden” of “persoonlijke conflicten” die terug te koppelen zijn aan het “onverzoenbaar humeur” van raadsheer Schurmans.

Wat dit laatste betreft: het is o.i. magistraten, en alle leden van de Hoge Raad, onwaardig om disfuncties te reduceren tot onverifieerbare karaktertrekjes. Bovendien is de karakterbeschrijving onverzoenbaar met een ander beeld dat van deze magistraat wordt opgehangen, met name dat zij slaafs de regering Leterme I zou hebben gediend (door de inhoud van het beraad via haar echtgenoot door te sluizen). Het maakt niet echt uit of deze en gene karakterbeschrijvingen kloppen of niet: voor een jurist die zijn analyses dient te steunen op feiten en tekst is dit irrelevant, en in feite not done.

Waarom dan zo’n “karaktermoord”? Men merke op dat dit toelaat om de reeds vermelde premisse aan te scherpen, met name dat Fortisgate in wezen is te herleiden tot de problematiek van een rechter die zich niet wil neerleggen bij de meerderheid na geldig beraad. De Hoge Raad gaat hier blijkbaar van uit: als in het rapport staat dat “de raadsheer […] te ziek was om het arrest te ondertekenen”, gaat de Hoge Raad ervan uit dat er niets meer was om te beraadslagen, en dat het beraad geldig was verlopen.  Als de Hoge Raad stelt dat “de kamervoorzitter in de zaak Fortis ‘een einde [heeft] gesteld aan het beraad’ (bedoeld wordt de ‘bespreking’) omdat een magistraat zich niet wilde neerleggen bij de opinie van de twee anderen” en dat “deze zich [had] moeten aansluiten bij de beslissing van zijn collega’s” omdat  “deze […] in de minderheid werd gesteld”, wordt er niet bij stilgestaan dat er tijdens het beraad mogelijkerwijs andere problemen de kop hebben opgestoken dan ‘louter’ inhoudelijke tegenstellingen, problemen die inhoudelijke tegenstellingen ver overstijgen omdat zij aan de essentie van de beraadslaging –begrip waar de bespreking, de dissensus, de discussie en het wikken en wegen centraal staan– en dus de rechtsprekende functie raken: de eenzijdig opgelegde weigering van een magistraat om teksten dan wel argumenten die het uiteindelijke arrest moeten vormen aan enige bespreking binnen de zetel te onderwerpen, en de eis van die magistraat om de tekst ondanks die weigering en ondanks een ziektetoestand te laten ondertekenen door de collega die niet heeft mogen deelnemen aan het beraad: “Le délibéré est terminé. Plus aucune contribution de ta part n’est attendue.”

In Fortisgate is dit recurrent: het extrapoleren van een vormprobleem dat evenwel de essentie van de rechtstaat raakt en in feite in het verlengde ligt van het recht op tegenspraak van de partijen in een geschil –over elke zaak die voor een rechtbank wordt gebracht moet ook daadwerkelijk gediscussieerd worden tussen alle de geadieerde rechters– naar een ‘louter’ inhoudelijk probleem, die van inhoudelijke tegenstellingen binnen de zetel. Iets in deze trant: ‘Als die Fortisrechter klaagt over vormproblemen zal dat wel een soort van excuus zijn omdat ze inhoudelijk niet op dezelfde lijn stond …’

Maar het is best mogelijk dat raadsheer Schurmans enkel op basis van een vormprobleem –ongeacht of dit zich voegt bij mogelijke inhoudelijke tegenstellingen binnen de zetel– haar stem heeft laten horen in e-mails waarnaar ook de Hoge Raad verwijst staat er: “De betrokken raadsheer geeft eveneens aan dat er op onregelmatige wijze druk op hem werd uitgeoefend opdat hij het arrest zou ondertekenen, en signaleert kennelijk illegale praktijken, zonder nadere preciseringen toe te voegen.” In tegenstelling tot wat de Hoge Raad beweert werd wel gepreciseerd wat was bedoeld:

“Daarenboven werd het beraad over de zaak zelf onregelmatig beëindigd door Paul Blondeel op woensdag 10 december, – hoewel de uitspraak was voorzien voor maandag 15 december. Ik wens het grootste voorbehoud te formuleren bij deze praktijken die manifest onwettig zijn en de druk die daarbij wordt uitgeoefend, – met inbegrip van uw beroep op politiediensten die me omstreeks 8 u 30 melden dat ik me onmiddellijk met U moet in verbinding stellen.”

Zou deze e-mail het gevolg zijn louter van een inhoudelijke tegenstelling?

Ook omtrent de tussenkomsten van het Openbare Ministerie tijdens het beraad maakt de Hoge Raad een mengelmoes tussen vorm en inhoud: “[H]et openbaar ministerie [kan], gelet op het onaantastbare beginsel van de onafhankelijkheid van de rechters, op geen enkele wijze tijdens het beraad ook maar enige invloed hebben op de inhoud van de rechterlijke beslissingen”.

Ook hier is het helemaal niet uitgesloten dat het Openbare Ministerie enkel op basis van een vormprobleem, van procedurele problemen in de besluitvorming, zijn stem heeft laten horen zonder, a fortiori, invloed te willen uitoefenen op de inhoud van het nog te vellen arrest. Delvoie erkende dit voor de parlementaire Commissie, toen hij niet ontkennend antwoordde op de volgende vraag: “Is het voor u denkbaar dat de minister, kenniskrijgende van een aantal problemen die zich voordeden – of die problemen nu echt zo erg waren of niet laat ik in het midden – op basis van artikel 399 en artikel 140, waarover procureur generaal Leclercq het gehad heeft, die boodschap is gegeven geweest zonder dat de minister ook maar enige inhoudelijke bedoeling gehad heeft? Is dat denkbaar volgens u?

4. De Hoge Raad: welke brugfunctie?

In de bovenvermelde gevallen neemt de Hoge Raad standpunten in in individuele zaken, en maakt van Fortisgate een mengelmoes (o.a. tussen vorm en inhoud), wellicht vanuit compromis-overwegingen. De meest betrokken magistraten worden elk half-beoordeeld en half-vrijgepleit. Over Delvoie zegt de Hoge Raad dat hij onprofessioneel te werk is gegaan; over Delvoie, Salmon en Blondeel wordt gezegd dat zij maatregelen hebben genomen van een ongeoorloofd karakter, met name het inschakelen van politie op een collega; over Schurmans wordt dan weer gesteld dat zij zich –omwille van haar karakter– niet heeft willen neerleggen bij de meerderheid waarbij de Hoge Raad ervan uitgaat dat het beraad niet was aangetast door onregelmatigheden (zoals een mogelijke uitsluiting uit het beraad of het vereisen van arbeidsprestaties tijdens ziekte); het Openbaar Ministerie zou zich teveel hebben betrokken bij de inhoud van het beraad, insinueert de Hoge Raad tenslotte.

In al die gevallen schendt de Hoge Raad het recht op een eerlijk proces van de betrokkenen.

Door (net als de eerste voorzitter van het Hof van Cassatie in december 2008) met dit verslag vroegtijdig standpunt in te nemen in individuele dossiers mist de Hoge Raad een historische kans om zich als onafhankelijk en competent adviesorgaan op te stellen, en klinkt zijn roep om meer bevoegdheden –o.a. als “contactpunt voor magistraten” of als tuchtorgaan voor magistraten– even hol als de missie die de Hoge Raad zich zelf zonder succes heeft willen toemeten, met name het vervullen van “een brugfunctie […] naar de burger, naar de magistratuur en naar de politieke wereld om op die manier het vertrouwen in justitie te herstellen”.

Advertisements

Read Full Post »